Context
Duurzaamheidspaspoort voor de bouw en de gebouwde omgeving. Dit is week 1: de beginmeting. We gebruiken Kozijn K-001, type AT-01, van Fabrikant A als voorbeeld. Tijdens het echte werk gebruikt het team de eigen goedgekeurde informatie over het product en het project.
Doel en doelgroep
Voor medewerkers die binnen hun afgesproken rol helpen bij kozijnmontage, BIM-informatie of een goede overdracht. BIM is het digitale bouwmodel met gegevens. Je herkent het juiste kozijn en de werksituatie. Je bekijkt de nieuwste instructie en doet de gewone controles voor de voorbereiding. Je krijgt de begeleiding die je nodig hebt.
Activiteit
Je herkent het juiste kozijn en de werksituatie. Je bekijkt de nieuwste instructie en doet de gewone controles voor de voorbereiding. Je krijgt de begeleiding die je nodig hebt. De begeleider geeft uitleg en feedback tijdens het echte werk. Feedback zijn opmerkingen en tips over je werk. Is oefenen nodig? Dan gebeurt dat in een passende situatie. Voor iedereen is duidelijk dat het om oefenen gaat.

Wat ga je doen?
Bespreek met je begeleider de nieuwste tekening, het BIM-object en de werk- en montage-instructie die voor dit werk geldt. Het BIM-object is het kozijn in het digitale bouwmodel. Wijs het juiste kozijn en de productgegevens aan. Bespreek de volgorde van het werk en de veiligheidsregels die gelden. Maak duidelijk wat jouw rol is. Vraag uitleg als iets niet duidelijk is.
Bereid de montage voor binnen jouw rol. Controleer de sparing: de opening waar het kozijn komt. Controleer ook de maten, de levering, de materialen en de werkplek. Gebruik de criteria die voor dit project en dit product gelden. Criteria zijn de punten waarop het werk wordt gecontroleerd en beoordeeld. Gebruik de afgesproken materialen, meetmiddelen en bescherming volgens de werkinstructie. Voorkom schade en onnodig verlies van materiaal. Ga met restmateriaal om volgens de werkafspraken. Bespreek ontbrekende gegevens en afwijkingen vóór de volgende werkstap.
Controleer de montagevoorbereiding na afloop samen met je begeleider. Dit is de nacontrole. Kijk of de voorbereiding voldoet aan de instructie en criteria. Controleer ook of het materiaalgebruik klopt en of de werkplek veilig klaar is. Leg afwijkingen, vervolgacties en de overdracht vast in de werkregistratie die jullie al gebruiken. Deze activiteit gaat over de voorbereiding. De controle van een gemonteerd kozijn komt later, bij de activiteit die daarbij hoort.
Maak één werkverslag over deze werkervaring. Beschrijf de situatie, jouw taak, wat je deed, het resultaat en wat je daarvan leerde. Neem de werkinstructie, het materiaalgebruik, de veiligheidsregels en de nacontrole mee. Beschrijf de vakvaardigheden en werkvaardigheden die bij jouw werk horen in hetzelfde verslag. Bespreek het verslag met peers: collega's of andere deelnemers. Verwerk hun feedback en kijk met je coach terug op je werk en wat je leerde. Lever de definitieve versie met bestaand werkbewijs in voor de badge. Spreek ook één gerichte oefening af. De coach bespreekt jouw werkvoorbeelden en ontwikkeling. Het blijft duidelijk waar nog bewijs ontbreekt.
Beginniveau en groei
Bespreek met je coach wat je nu kunt, welke begeleiding je gebruikt en wat je verder wilt leren. Gebruik jouw werkvoorbeelden en het ene werkverslag. Zo laat je zien waar je aan het begin staat.
Bij activiteiten 2 en 3 kijk je met je coach opnieuw naar jouw uitvoering, de kwaliteit van je werk en de begeleiding die je nodig hebt. Bespreek wat is veranderd, wat nog aandacht vraagt en welke volgende stap bij je past. Bij de afronding van de playlist bespreek je deze ontwikkeling samen met de ervaringen uit de andere onderdelen.
Waarom dit belangrijk is
Jouw herkenbare bijdrage aan het werk wordt verbonden aan jouw ontwikkeling en aan de kwaliteit van wat wordt gebouwd. We gebruiken bestaand bewijs voor de beoordelingen die daarbij passen.
Wat zichtbaar wordt
Wat jij zelf hebt bijgedragen, welke begeleiding je gebruikte, de kwaliteit van jouw uitvoering, de onderbouwing van jouw keuzes en een passende volgende stap.
Leeruitkomsten en criteria
1. Je herkent het juiste kozijn. Je wijst de nieuwste tekening, de werkinstructie en de veiligheidsregels aan.
2. Je wijst het BIM-object, het producttype en het echte kozijn aan. Je legt uit wat het verschil is en hoe ze bij elkaar horen.
3. Je controleert de sparing, de maten en de materialen. Je legt uit en laat met bewijs zien hoe je zorgvuldig met materiaal omgaat. Je gebruikt de criteria die voor dit project en dit product gelden.
4. Je stemt de voorbereiding af met collega's. Je voert het werk veilig uit en doet een nacontrole. Je draagt afwijkingen en open punten over vóór de volgende werkstap.
5. Je onderbouwt jouw eigen bijdrage en de gebruikte begeleiding in één werkverslag. Je verwerkt feedback van peers. Met je coach spreek je één gerichte oefening af voor de volgende stap.
De vijf leeruitkomsten zijn besproken aan de hand van de praktijkhandelingen die aan jou zijn toegewezen. Het blijft duidelijk welk werk jij deed, welk bewijs beschikbaar is en hoe de beoordeling tot stand kwam. Ontbreekt er bewijs voor een leeruitkomst? Dan blijft dat zichtbaar en spreken jullie af wat er nog moet gebeuren. Deze badge bij de beginmeting waardeert jouw uitgevoerde leer- en werkbijdrage. De erkenning gaat alleen over wat je echt met bewijs hebt laten zien.
Vaardigheden
Je oefent vijf vakvaardigheden en vijf werkvaardigheden. De tabel laat zien hoe je deze in deze activiteit gebruikt. Ook de ESCO-zoektermen staan erbij. Daarmee kun je de vaardigheden terugvinden.

Bewijs en resultaat
Je maakt één samenhangend werkverslag voor deze activiteit. Daarin beschrijf je de vakvaardigheden en de werkvaardigheden die bij jouw werk horen. Werkvaardigheden zijn ook bruikbaar bij ander werk. Gebruik bestaande werkgegevens, kwaliteitsgegevens, productgegevens, gegevens uit het bouwmodel en wat iemand tijdens jouw werk heeft gezien als bewijs. Bespreek het verslag met peers en verwerk hun feedback. Kijk daarna met je coach terug op je werk en wat je leerde. Lever de definitieve versie in voor de badge. Ditzelfde verslag is het bewijs bij de badge. De vijf leeruitkomsten zijn besproken aan de hand van de praktijkhandelingen die aan jou zijn toegewezen. Het blijft duidelijk welk werk jij deed, welk bewijs beschikbaar is en hoe de beoordeling tot stand kwam. Ontbreekt er bewijs voor een leeruitkomst? Dan blijft dat zichtbaar en spreken jullie af wat er nog moet gebeuren. Deze badge bij de beginmeting waardeert jouw uitgevoerde leer- en werkbijdrage. De erkenning gaat alleen over wat je echt met bewijs hebt laten zien.
Beoordeling
Je bespreekt het werkverslag eerst met peers en verwerkt hun feedback. Daarna kijk je met je coach terug op jouw bijdrage en ontwikkeling. Een aangewezen beoordelaar die het vak kent en dit mag beoordelen, beoordeelt het ingeleverde verslag en het gekoppelde werkbewijs. Deze beoordelaar gebruikt de criteria. De organisatie beoordeelt en geeft de badge uit. SkillsConnect helpt bij de inrichting, de opbouw van bewijs en het bewaken van de kwaliteit.
Tijdsinvestering
Vier uur: twee uur leren, bespreken en beoordelen, plus twee uur gericht oefenen. Tijd die jullie samen besteden, telt per deelnemer één keer mee. De geplande 56 uur voor de hele route blijven bespreekbaar.
Status
Dit is een Open Recognition achievement badge: een badge die jouw leer- en werkbijdrage waardeert. De opbouw van het bewijs is microcredential-ready, zodat die kan aansluiten op een route met microcredentials. Deze badge is geen formele, zelfstandige microcredential. Je krijgt niet automatisch studiepunten (EC).